De invloed van terreurdreiging op onze angst

Wist je dat we na extreme gebeurtenissen zoals aanslagen de kans op een herhaling overschatten? Angst heeft een beschermende functie maar kan ons soms ook gaan belemmeren. Door alle aanslagen van de afgelopen tijd zie ik een toegenomen aantal aanmeldingen van kinderen en jongeren met bijvoorbeeld vliegangst en angst om naar andere landen te gaan. Of kinderen die niet meer met de trein durven te reizen, het liefst veilig thuis blijven. Hoe komt dit? En wat kan je als ouder voor je kind betekenen in zo’n situatie?

Het toenemen van angst na heftige, extreme voorvallen is het gevolg van ‘verhoogde risicoperceptie’. Dit is het overschatten van de kans op terreur en onheil na het plaatsvinden van een extreme gebeurtenis. We hebben door het nieuws een actueel en levendig plaatje van wat zou kunnen gebeuren. Instinctief zijn we bezorgd en beschermend naar onze eigen omgeving. We worden daarom extra oplettend op signalen die we associëren met terreurdreiging, zoals verdachte pakketjes, rondslingerende tassen en mannen met baarden. Onze bezorgde gedachten maken van deze objecten ‘bommen’ en ‘terroristen’. Maar natuurlijk zijn in het echt niet álle tassen bommen en álle mannen met baarden terroristen.

De gebeurtenissen zorgen dus voor extra alertheid, wat zorgt voor het opvallen van (onschuldige) signalen die we ‘verdacht maken’, wat weer onze angst voedt en waardoor we nog meer gaan opletten. Een vicieuze cirkel dus.
Door deze verhoogde oplettendheid op kansen van terreur kloppen emoties niet meer met de daadwerkelijke dreiging van gevaar. Dit is vervelend, maar dooft bij de meeste mensen ook weer vanzelf uit door het verstrijken van tijd en het uitblijven van een daadwerkelijke aanslag. Daarnaast zijn volwassenen vaak beter in staat gebeurtenissen te relativeren. Bij kinderen is dat anders.

Kinderen en Terreur
Wat snapt een kind eigenlijk van oorlog of terreur? En hoe kan je als ouder hier het beste mee omgaan?

Tussen de 2-4 jaar kunnen ze nog geen onderscheid maken tussen feit en fictie. Als ouder kan je ze het beste zoveel mogelijk afschermen van deze berichten.

Kinderen tussen de 4-6 jaar betrekken alles op zichzelf: als bommen elders vallen, kunnen ze ook hier vallen. Probeer daarom als ouders je kinderen nog zoveel mogelijk af te schermen en stel ze gerust. Vertel ze bijvoorbeeld dat iets pas in het nieuws komt omdat het uitzonderlijk is. Dat betekent dat het niet vaak voorkomt.

Kinderen tussen de 6-10 jaar worden veel meer beïnvloed door omgeving en school. Totale afscherming is daarom niet meer mogelijk. Sommigen zullen hier echter nog wel meer behoefte aan hebben dan andere kinderen. Ze zijn daarnaast nog niet in staat om te nuanceren of kritisch te kijken naar de berichten in de (social)media. Help je kind daarom te nuanceren en relativeren door de achtergronden goed uit te leggen. Kinderen krijgen genoeg mee uit hun omgeving om aan te voelen dat het ernstige onderwerpen zijn. Wuif hun vragen hierover daarom niet weg, en probeer een duidelijk en simpel antwoord te geven waarin je onnodige details weglaat. Ze blijven anders met deze vragen zitten. Het uitleggen van onderwerpen als bijvoorbeeld terrorisme kan soms best lastig zijn. Samen naar het jeugdjournaal kijken kan dan helpen (iedere werkdag om 18.45 uur op NPO3). Het jeugdjournaal is al 40 jaar gespecialiseerd in het uitleggen van moeilijke onderwerpen aan kinderen. Kijk voor meer tips over hoe kinderen leren omgaan met heftige nieuwsberichten en angst op de website van het Jeugdjournaal.

Mocht een kind dermate angstig blijven dat het echt een belemmering wordt, kan je altijd contact met ons opnemen. Een eerste kennismaking is altijd gratis.

Leave your comment