Ik kan het niet, ik wil het niet, ik durf het niet!

bang weerbaarheid en zelfvertrouwen

Iedereen die terugdenkt aan zijn eigen opvoeding kan wel een paar oneliners van z’n ouders bedenken. Goed bedoelde adviezen die er voor moeten zorgen dat je je beter gaat voelen en meer durft; voor je eigen bestwil dus. De oneliner die mij is bijgebleven, is toepasbaar op momenten waar ik heel hard riep: “ja, maar, dat kán ik niet!”.  In de regel kreeg ik dan terug van m’n ouders: “ik kan het niet ligt op het kerkhof, en ik wil het niet ligt ernaast!” In mijn werk met kinderen ben ik er achter gekomen dat er vaak meer speelt, dan alleen “ik kan het niet”. En dat betekent dat er ook meerdere manieren zijn om te reageren.

Weg met de minste weerstand

Misschien ken je de situatie wel: Je hebt een opdracht of een taak op je werk waar je tegen op kijkt. Bijvoorbeeld een lastige klant terugbellen omdat hij of zij niet tevreden is over de dienst, of je moet een collega om een grote gunst vragen. Je weet dat het ’t beste is om dit face to face te doen, of in ieder geval te bellen. Maar je stelt het uit en zoekt andere manieren om er onderuit te komen. Je besluit uiteindelijk om maar te mailen. Misschien minder effectief, maar wel lekker veilig!

Juist. Vaak nemen we de weg met de minste weerstand. Want weerstand geeft ons een vervelend gevoel, en vervelende gevoelens vermijden we graag. Bij kinderen is dat niet anders. De vraag is dan ook of het echt ‘niet kunnen’ is, of ‘niet willen?’ Want kleding opvouwen om in je kast te leggen is geen leuk klusje. En het is zoveel fijner als mama je helpt met aankleden! Hoe makkelijk is het dan om te zeggen: “dat kan ik niet!” Het is een van de vele smoesjes die kinderen in hun trukendoos hebben zitten. Ergens hebben mijn ouders dus wel gelijk met hun oneliner: niet zeuren maar poetsen!

 

Wat moet je doen als je denkt dat je kind er met de pet naar gooit?

Als eerst de inkopper: echt boos worden heeft geen zin. Vaak zetten ze dan helemaal hun hakken in het zand. Benoem de gevoelens van je kind, zodat hij  zich gehoord voelt, maar zet wel door. Leg uit dat we allemaal wel eens dingen moeten doen die we niet leuk vinden. Stuur je kind aan met rustige directieve opdrachten: “smeer de boter maar op je boterham”, “leg je trui maar daar in de kast.” Focus niet op het negatieve gevoel maar kijk uit naar wat jullie straks gaan doen, en geef natuurlijk complimenten!

Ja, maar ik durf het niet

Kinderen zeggen zelden precies wat ze bedoelen. Goed luisteren en kijken naar wat ze écht zeggen is dus essentieel. Op school zien we bijvoorbeeld veel kinderen die zeggen dat een opdracht “saai” is, terwijl ze eigenlijk niet weten hoe ze hem moeten maken, of omdat ze bang zijn dat ze het fout doen. Zo werkt het ook vaak met “ik kan het niet”.

Sommige kinderen kunnen juist heerlijk overmoedig en overtuigd zijn dat ze wél hun eigen boterham al kunnen snijden, en wél de was net zo goed kunnen opvouwen als jij. Jij ziet natuurlijk al direct dat ze dat die vaardigheden nog niet hebben. Die overschatting van hun eigen kunnen is heel normaal, want zelfreflectie ontwikkeld zich pas op latere leeftijd. Dus help je ze een beetje.

Naast overschatting kan een kind zichzelf ook onderschatten. Ze vertrouwen nog niet in hun eigen kunnen. Zelf je schoenen aandoen: lukt vast niet, je eigen boterham smeren: kan ik niet. Dat klimrek is echt te hoog hoor! Er zijn genoeg voorbeelden te bedenken. Het ene kind is heeft nu eenmaal wat meer vertrouwen in het eigen kunnen dan de ander. Gelukkig kan je je kind daar heel goed bij helpen!

Wat te doen als ze het niet durven:

Knip activiteiten allereerst in kleine stapjes voor ze. Zo raken ze niet overweldigd, en een kleine stap lijkt haalbaarder dan een grotere stap. Zo creëer je ook succeservaringen, die er weer voor zorgen dat hun vertrouwen stijgt maar ook dat ze het nóg eens willen doen! Elke tree op het klimrek is er weer één, en voor je het weet sta je trots bovenin!

Daarnaast is het belangrijk dat je complimenten geeft op de inzet en niet op het resultaat. Je leert ook niet in één keer lopen, dat gaat altijd met vallen en opstaan. Bij alle andere vaardigheden die een kind moet leren geldt dat dus ook. Wanneer je de inzet beloont (“goed geprobeerd!”) zullen ze het nogmaals willen doen waardoor ze het leren en zelfvertrouwen krijgen. Dus niet: “wat een mooie tekening”, maar: “wat ben je lekker aan het tekenen!” Probeer er maar eens op te letten, want zo makkelijk is dat nog niet! Als maatschappij zijn we namelijk erg gericht op resultaten.

Hoe beter het lukt om je kind dit zelfvertrouwen mee te geven, hoe minder je zult horen ‘dat kan ik niet’!
Hoe moedig jij je kind aan? En hoe herken jij dat je kind zich er makkelijk vanaf maakt of niet?

Laat het mij weten in de reacties.

 

PS. Heeft je kind een laag zelfbeeld en wil je dat hij of zij leert beter voor zichzelf op te komen? Na de voorjaarsvakantie starten we weer een nieuwe weerbaarheidstraining. Interesse? Klik hier voor meer informatie of neem vrijblijvend contact met ons op!

 

Leave your comment