Wat is dat toch met ADHD medicatie?

Gisteren was in ‘de Monitor’ te zien hoe moeilijk de tweestrijd is tussen enerzijds de wildgroei aan voorschriften voor ADHD-medicatie en anderzijds de stigmatisering die ouders ervaren van kinderen met zware ADHD, die zonder deze medicijnen niet goed kunnen functioneren. Hieronder gaat het met name over het ‘gemakzuchtige’ voorschrijven aan kinderen met mildere ADHD kenmerken als gevolg van hoge verwachtingen en verminderde tolerantie van druk gedrag en onoplettendheid.

Wat vindt u van een succesvolle zakenman, advocaat of beurshandelaar die een hectische en lange dag doorkomt met behulp van een snufje cocaïne? Logisch? Normaal? Waar wijdt u dit gebruik aan? De persoonlijke eigenschappen van deze personen? De werkdruk? Zouden zij ook coke snuiven als ze een reguliere kantoorbaan zouden hebben?

En hoe zit dat met ‘kindercocaine’ zoals methylfenidaat (o.a. Ritalin) liefkozend wordt genoemd? Het ADHD-medicatiegebruik onder kinderen en jongeren groeit exponentieel (verviervoudigd in 10 jaar!) en is niet te verklaren met een natuurlijke toename aan ADHD-diagnoses. Een deel van deze kinderen en jongeren slikken ADHD-medicatie met name om hun schooljaren succesvol door te komen. Logisch? Normaal?
Waar wijdt u deze groei aan? Persoonlijke kenmerken van deze kinderen en jongeren (toch een uitbraak van ADHD)? De prestatiedruk op scholen? Zou het gebruik van ADHD medicijnen ook zo hoog zijn als deze kinderen in een andere maatschappij zouden opgroeien?

Als u zich dit afvraagt: u bent niet de enige. Het is één van de redenen waarom de Monitor een onderzoek startte naar het gebruik van ADHD medicatie in Nederland.

TOLERANTIE VAN DRUK GEDRAG EN ONOPLETTENDHEID IN DE KLAS
Als u het mij vraagt zijn er een aantal trends op onderwijsgebied die debet zijn aan de groei van vraag naar ADHD-medicatie.
De eerste trend is de toename en stabilisering van het aantal leerlingen in een klas. Hoewel het gemiddelde aantal leerlingen in het regulier 23,3 is, is een aantal van bijna 30 leerlingen tegenwoordig geen uitzondering. Met het toegenomen aantal leerlingen per klas is het tolerantieniveau van ‘drukte in de klas’ van leerkrachten logischerwijs niet meegegroeid. Dit niveau daalt eerder, omdat de leerkracht meer energie nodig heeft om die extra leerlingen aan te sturen. Zo wordt een individuele leerling die bovengemiddeld luidruchtig of beweeglijk is, extra storend. Hetzelfde geldt voor leerlingen die snel afgeleid zijn. Er is minder ruimte voor individuele aansturing. Dit systeem verwacht dat leerlingen meer zelfsturend zijn in hun gedrag, werk en aandacht. En waar de lat hoger wordt gelegd, zullen meer kinderen onder de lat door glijden, opvallen door hun ‘tekortkoming’ en ‘bijgelapt’ moeten worden.

Daarnaast is de wet Passend Onderwijs vanaf augustus 2014 in werking getreden. Deze wet pleit voor inclusie van leerlingen met milde tot matige problematiek op reguliere scholen waar zij eventueel ondersteuning op maat kunnen krijgen. Met andere woorden: de drempel naar het speciaal onderwijs is hoger geworden. Hoewel dit voordelen met zich meebrengt, zitten er ook nadelen aan. Kinderen met milde tot matige gedragsproblemen en aandachtsproblemen blijven op reguliere scholen. Precies waar de tolerantie voor dit gedrag door de grotere klassen is gedaald.

Deze trends lijken elkaar te versterken. Kort gezegd zou het wel eens één van de redenen kunnen zijn dat meer en meer kinderen worden doorverwezen voor ADHD-onderzoek en medicatie.

ADHD DIAGNOSTIEK:
Tussen verwijzing en ADHD medicatie zit een traject aan diagnostiek (onderzoek) en advies, dat idealiter de hiervoor opgestelde richtlijnen volgt. Deze richtlijnen helpen bij een goed onderbouwd onderzoek naar de symptomen van ADHD en vervolgens het (eventueel) adviseren van een type behandeling.
Om te kunnen voldoen aan de diagnose ADHD moet er volgens de DSM (handboek psychiatrische stoornissen) sprake zijn van een stoornis op het gebied van aandacht en/of hyperactiviteit en impulsiviteit die zo ernstig is dat het alledaagse functioneren van het kind op ten minste twee levensgebieden (bijvoorbeeld school en thuis) beperkt wordt.
Om dit te kunnen vaststellen zijn tests, vragenlijsten en interviews door specialisten nodig die de diverse kenmerken bevestigen of ontkrachten.

Mocht er ADHD vast gesteld worden, zijn er diverse behandelmogelijkheden. ADHD richtlijnen adviseren medicatie als behandeloptie, maar bij voorkeur naast voorlichting en een vorm van gedragstherapie, zodat de persoon met zijn/haar beperking om leert te gaan.

HOE KAN DE GROEI VAN ADHD-DIAGNOSES EN RITALIN VOORSCHRIFTEN VERKLAARD WORDEN?
Eén van de redenen ligt naar mijn mening in de versoepeling van de regels rondom het vaststellen van ADHD. De laatste jaren zijn de regels en bevoegdheden rondom psychiatrische stoornissen wat versoepeld. Huisartsen zijn bijvoorbeeld bevoegd om enkelvoudige vormen van ADHD vast te stellen en te behandelen. De nieuwe regels geven aan dat hiervoor het zien van een cliënt op consult en het afnemen van één vragenlijst voldoende is (deze regels kunnen per regio verschillen).
Enerzijds is het prettig dat deze zorg laagdrempeliger is en de lichtere zorg zo wordt afgevangen van de kinder- en jeugd GGZ. Anderzijds lijkt het toch enigszins onlogisch. Is het niet juist deze groep met ‘milde, enkelvoudige klachten’ waar we extra zorgvuldig dienen te zijn met het al dan niet stellen van ADHD? Toch is het deze onderlaag die nu ‘slechts met 1 vragenlijst’ gediagnosticeerd kan worden en een snelle toegang heeft tot medicatie. Overigens sluit ik absoluut niet uit dat het ook in de kinder- en jeugd GGZ voorkomt dat de diagnose ADHD te snel wordt gesteld.

Een andere trend die ik opmerk betreft ‘proefmedicatie’. Een term die staat voor het inzetten van medicatie als diagnostisch middel: als de concentratie verbetert, dan zou de werkzaamheid van de medicatie de ADHD bevestigen.
Echter: de naam ‘kindercocaine’ dankt methylfenidaat aan het oppeppende effect op mensen zonder ADHD. Met andere woorden: iedereen wordt er ‘beter’ van. Het wordt niet voor niets onder studenten verhandeld om langer te kunnen leren voor tentamenweken. Maar of dit nu bevestigt dat al deze studenten lijden aan een concentratiestoornis..?

Nu is er ook een belangrijke groep kinderen die zoveel last heeft van ernstige ADHD-symptomen, dat zij voor een goed functioneren wel degelijk deze ADHD medicatie nodig hebben. Voor deze doelgroep is de medicatie bedoeld.

Tips voor ouders:
– Als uw kind last heeft van concentratie, ga dan tijdig in gesprek met de leerkracht en/of IB’er en kaart het probleem aan.
– Vraag de school welke ondersteuning zij kunnen bieden en wat zij van jullie als ouders verwachten (denk aan een koptelefoon, plek in de klas, time-timer, stilteplek, etc.). En spreek samen een moment af om te evalueren of dit genoeg heeft geholpen.
– Hetzelfde geldt voor onrustige kinderen. Onrust is vaak een reactie op de omgeving. Kijk samen met de leerkracht/IB’er hoe de omgeving prikkel-armer kan worden gemaakt.
– Levert dit na enkele weken nog geen verbetering op, bespreek dan de vervolgstap. Dit kan een nader onderzoek naar leervaardigheden (IQ) en/of de onrust dan wel concentratieproblemen zijn. Hiervoor kunt u naar de huisarts. Ook kunt u zich bij ons aanmelden (geen verwijsbrief nodig).
– Bij de specialist: leg uw zorgen en twijfels zo goed mogelijk uit en geef ook duidelijk uw verwachtingen aan. Is dit onderzoek, medicatie of ondersteuning voor uw kind?
– Bedenk dat medicijnen een snelle verlichting kunnen geven, maar op zichzelf geen oplossing zijn, slechts een ‘hulpmiddel’.
– Hoe uw kind zelf, u als ouders en de leerkracht met de ADHD omgaat is minstens zo belangrijk. Een goede voorlichting over ADHD en tips&trucs voor kinderen en ouders kunnen veel voordelen opleveren. Bekijk hiervoor ons aanbod.

Meer informatie over het onderzoek door de Monitor

Stroomdiagram behandeling ADHD

Leave your comment